Commissioning

FAT en SAT: wat test je waar?

FAT en SAT lijken op elkaar, maar hebben een compleet ander doel. Bij de FAT bewijs je dat de machine klopt zoals gebouwd. Bij de SAT bewijs je dat diezelfde machine werkt binnen de echte omgeving van de klant. Wie die scheiding niet scherp houdt, verplaatst werk naar de duurste fase van het project.

Redactie FieldEngineering.nl5 augustus 20268 min leestijdKennisbank

Het verschil in één alinea

De Factory Acceptance Test (FAT) vindt plaats bij de bouwer, met gesimuleerde of losgekoppelde omgeving. De Site Acceptance Test (SAT) vindt plaats op locatie, met de echte voeding, echte media, echte netwerken en echte operators. De FAT gaat over de machine, de SAT over de integratie.

Een goede vuistregel: alles wat je onafhankelijk van de locatie kunt bewijzen, hoort in de FAT. Alles wat pas waar wordt door de omgeving, hoort in de SAT.

Wat test je tijdens de FAT?

  • Mechanische opbouw, bewegingen, eindposities en beveiligingen.
  • I/O-check per signaal: adres, benaming, richting, schaal en polariteit.
  • Softwarelogica: stappen, modes, recepten, alarmen en resets.
  • Veiligheidsfuncties: noodstop, deurschakelaars, lichtschermen, stopcategorie en hersteltijd.
  • HMI-schermen, taalinstellingen, gebruikersrechten en logging.
  • Documentatie: schema's, kabellijsten, parameterlijsten en softwareversies.
Praktijktip
Laat de FAT-punten die je met simulatie afvinkt expliciet markeren als 'gesimuleerd'. Dat lijstje is precies je startpunt voor de SAT.

Wat hoort thuis in de SAT?

  • Definitieve voeding, aarding, kabelrouting en EMC in de echte installatie.
  • Koppelingen met bestaande systemen: MES, SCADA, historian, upstream en downstream machines.
  • Echte media: perslucht, koelwater, stoom, product en afvoer.
  • Doorlooptesten met echt product en echte snelheden, inclusief opstart en stop.
  • Performance- en capaciteitstesten, meestal over een afgesproken periode.
  • Training van operators en onderhoud, plus overdracht van documentatie.

Het grijze gebied

Netwerken, veiligheidsketens over meerdere machines en interfaces met derde partijen vallen vaak tussen wal en schip. Bij de FAT zeggen ze 'dat testen we op locatie', bij de SAT zeggen ze 'dat had bij de FAT gemoeten'.

Let op
Leg per interface vast wie test, wanneer en met welk bewijs. Eén regel in het testprotocol voorkomt dagen discussie tijdens de opstart.

Zo bouw je een bruikbaar testprotocol

  • Nummer elke test en koppel hem aan een eis uit de specificatie.
  • Beschrijf de startsituatie, de handeling en het verwachte resultaat.
  • Laat ruimte voor de gemeten waarde, niet alleen een vinkje.
  • Registreer afwijkingen met punchlist-nummer, eigenaar en afgesproken datum.
  • Sluit af met een ondertekende lijst van open punten, niet met 'geslaagd onder voorbehoud'.

Veelgemaakte fouten

  • FAT uitvoeren met onvolledige software en de rest 'op locatie afmaken'.
  • Geen simulatie-afspraken, waardoor half de installatie ongetest naar site gaat.
  • Punchlist zonder eigenaar of datum.
  • Operators pas bij de SAT betrekken, terwijl hun werkwijze de bediening bepaalt.
  • Documentatie achteraf bijwerken, waardoor de service-engineer met verouderde schema's werkt.

Conclusie

FAT en SAT zijn geen formaliteit maar je risicobeheersing. Hoe scherper je afbakent wat waar getest wordt, hoe minder je onder productiedruk hoeft te repareren. Neem de scheiding op in het contract, houd de punchlist levend en laat elke test bewijs achterlaten.